In de nieuwe rubriek Onderzoeker onder de loep zoomen we in op de mensen achter het wetenschappelijk onderzoek. Waarom zijn ze wetenschapper geworden? Hoe ziet hun dag eruit? Wat zien ze veranderen in hun werkveld? Vandaag: Tom Peeters.

Tom Peeters

Tom Peeters

Tom Peeters is onderzoeker en lector biotechnologie aan de Erasmushogeschool Brussel. Hij stond mee aan de wieg van het kenniscentrum BioMedical Science Centre Brussels en het daaraan gekoppelde Open BioLab Brussels.

Naam: Tom Peeters
Woont in: Puurs
Opgegroeid in: Oud-Heverlee
Favoriete boeken: Boeken waaruit je iets kunt leren (bv. enkele van Alain de Botton), strips en graphic novels (alles van Daniel Clowes, Adriane Tomine …)
Favoriete muziek: Hip-hop, Techno, of Metal, afhankelijk van de mood of taak die uitgevoerd moet worden
Lievelingsplekje op aarde: Berglandschappen, Thailand (vooral Pai), Utah (VS), Barcelona, thuis

De onderzoeker

Wat heeft u geïnspireerd om wetenschapper/bioloog te worden?

Vroeger was ik niet zo iemand die naar de plantjes keek of alle vogels kon benoemen. De meeste mensen die mij kenden, dachten dat ik Letteren zou gaan studeren. Toen ik in het 5de jaar van het secundair onderwijs zat, begon ik biologie heel interessant te vinden: wat gebeurt er in een cel? Een signaal komt aan van buiten, wordt helemaal doorgegeven, de genen gaan erop reageren … ik vond dat erg boeiend. Ik heb nog getwijfeld tussen een studie biologie of bio-ingenieur, maar dat laatste zag ik uiteindelijk toch niet zitten. Te veel wiskunde voor mij (lacht).

Ik ben dan biologie gaan studeren in Leuven. We hadden er een heel goede professor moleculaire biologie, Johan Thevelein. Via hem ben ik terechtgekomen bij de microbiologie. In mijn laatste jaar had ik ook een fantastische thesisbegeleidster, dr. Barbara Leyman, die mij echt heeft geïnspireerd om verder te zetten en een doctoraat te behalen. Tijdens mijn doctoraat heb ik het geluk gehad om te mogen samenwerken met dr. Matthias Versele. Ik heb enorm veel van hem geleerd.

Naast uw werk als docent bent u ook betrokken bij het kenniscentrum BioMedical Science Centre Brussels, het Open BioLab Brussels en sinds kort ook de laagdrempelige bio-incubator. Wat houdt dat allemaal in?

Het BioMedical Science Centre is een kenniscentrum, opgericht in 2017, verbonden aan de opleiding Biomedische Laboratoriumtechnologie (BMLT) van de EhB. Dat is er gekomen door een PWO-aanvraag van mij (Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek, red.). Daarnaast hebben we ook een aantal beurzen kunnen bekomen van o.a. het Brussels Gewest. Ons Open BioLab is eigenlijk een werkruimte, en het BioMedical Science Centre is de organisatie die zorgt dat dit allemaal kan gebeuren.

En wat is een Open BioLab precies?

Een Open BioLab heeft tot doel een laboratorium open te stellen voor iedereen die interesse heeft in wetenschap. Dit sluit aan bij een wereldwijde beweging van do-it-yourself biology (DIY bio). Ik maakte er voor het eerst kennis mee tijdens mijn postdoctoraat in synthetische biologie, tussen 2007 en 2009. Het eerste initiatief ontstond in New York, daarna volgde Silicon Valley, de West Coast … Ik ben dat nooit vergeten, maar toen ik les begon te geven, was mijn eerste prioriteit natuurlijk de lesopdracht: het materiaal maken, de practica voorbereiden, enzovoort.

Toen we op een opleidingscommissie nadachten over mogelijkheden om ons onderwijs te vernieuwen, heb ik het concept van een Open BioLab naar voor gebracht: een labo waar niet alleen onze studenten kunnen werken, maar iedereen die onderzoek wil doen. Ons opleidingshoofd, Els Plas, heeft dat die avond nog opgezocht en mij de volgende dag weer gecontacteerd met de boodschap dat ik de kans kreeg om het te organiseren.

Kunt u wat meer vertellen over de laagdrempelige Bio-incubator?

De laagdrempelige bio-incubator ben ik op dit moment aan het uitwerken met de steun van EhB en Vlaio en past in het kader van het Blikopener project. Blikopener heeft als doel het praktijkgericht onderzoek van de hogescholen, hun opgebouwde kennis en expertise ter beschikking te stellen van bedrijven en de social profit.

De laagdrempelige bio-incubator is een biotechnologisch lab dat startups en beginnende ondernemers kunnen huren. Zo helpen we op dit moment bv. Tiamat-Sciences. Zij ontwerpen een CO2 neutraal proteïnen-expressiesysteem in planten. Maar evengoed doen we aan contractonderzoek voor bedrijven waarbij onze docenten en/of studenten worden ingezet om een onderzoek uit te voeren. Zo hebben we voor het bedrijf Acconss antimicrobiële coatings getest. En finaal doen we aan consultancy en zullen we ook workshops op maat organiseren.

Hoe bolwerkt u al die projecten? Hoe blijft u productief en creatief?

Het is een kwestie van plannen, duidelijk prioriteiten stellen en communiceren. Ik heb het Open BioLab Brussels opgericht, met steun van de opleiding BMLT natuurlijk, maar ik houd het nu niet meer zelf open, dat doet mijn collega Annelies Crabbe. Verder zijn er intern heel wat mensen zonder wie dat niet zou lukken: Stefanie Mot die alle bestellingen regelt, collega’s, medewerkers van de financiële dienst, de labo-ondersteuners, de conciërge, vrijwilligers … En dan heb ik nog heel veel steun van onze studenten, want uiteindelijk hebben zij al onze workshops op het I Love Science-festival gegeven.

Af en toe moet je ook even ontspannen; eens fietsen helpt me daarbij en sinds kort ook indoor klimmen. Sommige ontspanningsmomenten moet je actief inbouwen. ’s Avonds maak ik tijd om te lezen, of kijk ik af en toe ook eens Netflix. En wat me ook helpt: ik heb een dochter van vier jaar oud. Het is fantastisch om thuis te komen en met haar te kunnen spelen.

 

Wetenschap en Maatschappij

Bepaalde disciplines staan bekend als weinig divers. Merkt u een diversiteitsprobleem op in uw omgeving?

​Een groot deel van onze studenten komt uit Brussel. In onze opleiding zien we vooral vrouwelijke studenten, en redelijk veel studenten met een migratie-achtergrond. Er is blijkbaar wel moeite met doorstoten naar de professorenniveaus, maar bij de postdocs of doctoraatsstudenten zijn vrouwen hier niet ondervertegenwoordigd. Voor ons telt eigenlijk maar één ding: ‘Ben je een goede laborant?’ De verenigende factor is hier de interesse in wetenschap en laboratoriumtechnologie.

Als iedereen zich daarop focust, zie je dat andere verschillen er eigenlijk niet toe doen. Als we aan het einde van de stage samen gaan lunchen, zorg ik gewoon voor een halal maaltijd voor wie dat wil. Dat is geen issue. Van moslima-studenten wordt verwacht een speciale hoofddoek te dragen in de labo’s omwille van brandveiligheid, daar is ook nooit over geklaagd. Als je zo’n dingen kadert en er met elkaar over praat is dat eigenlijk allemaal geen probleem.

Vindt u dat docenten de maatschappij meer moeten betrekken bij de opleiding, is daar groeiruimte in?

Wij proberen dat al met het BioMedical Science Centre Brussels en een initiatief als het Open BioLab, dat we openstellen voor iedereen. De kenniscentra van de Erasmushogeschool zijn er ook op gericht om in interactie te gaan met stakeholders, met de maatschappij. Het kenniscentrum mag nooit een entiteit op zich zijn, maar moet in wisselwerking blijven met de opleiding. Het zou voor mij een falen zijn als er niets terugvloeit naar de opleiding of als er geen studenten aan deelnemen. Wat wij proberen te doen, is research & development op vraag van eender wie, en dat kan op verschillende niveaus. Als de partners willen dat ik of iemand van het team met doctoraatservaring het doet, hangt daar een bepaald prijskaartje aan vast. Als studenten het project mogen en willen doen, kunnen wij moeilijk een resultaatsverbintenis aangaan, maar wel het engagement. Zo hebben we bijvoorbeeld in het kader van een vak klonering gedaan voor de VUB. De studenten vonden het leuk dat ze hadden meegewerkt aan iets dat daarna nog verder gebruikt wordt in wetenschappelijk onderzoek.

 

Interview: Catherine Morel – Uitwerking: Zoë Vanbiervliet & Floor Keersmaekers