“Vlgones een oznrdeeok op een Eglnese uvinretsiet mkaat het niet uit in wlkee vloogdre de ltteers in een wrood saatn, het einge wat blegnaijrk is is dat de eretse en de ltaatse ltteer op de jiutse patals saatn. De rset van de ltteers mgoen wllikueirg gpletaast wdoren en je knut vrelvogens gwoeon lzeen wat er saatt. Dit kmot odmat we niet ekle ltteer op zcih lzeen maar het wrood als gheeel.”

We kunnen bovenstaande zinnen (en woorden als “wtnschp”) lezen, omdat we woorden als een geheel lezen en niet als een klankopeenvolging. Dit is verbonden met het feit dat een zin meer informatie bevat dan we eigenlijk nodig hebben om ze te begrijpen. De volgorde van de letters binnen het woord (behalve de eerste en de laatste) blijken bijvoorbeeld overbodig te zijn, het gebruik van klinkers in het woord ook. Deze elementen zijn “redundant”.

Fonolgische regels

De bekende Engelse taalkundige Steven Pinker stelde het zo:

“yxx cxn xndxrstxnd whxt x xm wrxtxng xvxn xf x rxplxcx xll thx vxwxls wxth xn ‘x’ (t gts lttl hrdr f y dn’t vn kn whr th vwls r)”

Die redundantie komt voort uit het feit dat we fonologische regels hebben in onze taal. Zo weet je bijvoorbeeld als lezer dat “voorstaat” moet worden opgesplitst  in “voor” en “staat” en niet als “voo” en “rstaat”. Dit weet je omdat de medeklinkercombinatie “rst” aan het begin van een woord niet mogelijk is in het Nederlands.

Zo zijn er tal van regels die ervoor zorgen dat je woorden correct kan lezen, ook al zien er niet helemaal juist uit!