Gisteren werd de 200ste verjaardag van de Slag bij Waterloo gevierd. Reden genoeg voor Joachim en Jef (ook wel bekend als Wtnschp’s team History) om enkele boeiende trivia over de veldslag bij elkaar te zoeken. Wie meer wil weten, kunnen we Johan Op de Beecks ‘Waterloo’ aanbevelen voor een levendige, maar lichtjes gekleurde samenvatting van de gebeurtenissen in juni 1815. Daar haalden wij voor sommige feiten ook de mosterd.

1. De beste infographic ooit

Drie jaar voor de slag bij Waterloo begon Napoleon aan een invasie van Rusland met een gigantisch leger. De tellingen variëren van 442.000 tot 685.000 soldaten. Hij verloor tijdens deze veldtocht geen enkele slag, maar moest na immense verliezen door honger, ontberingen en desertie bij Moskou de terugtocht aanvatten met 100.000 overlevenden. Het was intussen winter geworden en de vrieskou decimeerde het uitgeputte leger verder. Uiteindelijk kwamen minder dan 10.000 overlevenden met gebroken tenen en ruggenwervels opnieuw in bevriend gebied aan. Charles Minard verbeeldde deze catastrofe in een beklijvende infographic, die de chronologie en geografie van de veldtocht verenigt met het troepenaantal en de omgevingstemperatuur.

Minard 1812 infographic

2. De vergeten overwinnaars

Gebhard von Blücher

Gebhard von Blücher

Het is opvallend hoe de slag bij Waterloo zo vaak geassocieerd wordt met de verliezer, Napoleon Bonaparte. Buiten de Angelsaksische wereld is de leider van de geallieerde legers die Napoleon versloeg maar weinig bekend. Arthur Wellesley, de hertog van Wellington, was nochtans een opvallende figuur. Zijn voorzichtige, defensieve strategie en zorgvuldige verkenning van het terrein bood in elk geval het gepaste antwoord op het leger van Napoleon bij Waterloo. In een brief naar huis schreef Wellington na de slag naar verluidt ‘Nothing except a battle lost can be half so melancholy as a battle won.’

Nog minder bekend is de Pruisissche bevelhebber. Maarschalk Gebhard von Blücher was met zijn 72 jaar de éminence grise op het veld bij Waterloo. Blücher was geen briljante tacticus zoals Napoleon: hij wordt door militaire historici afgerekend op zijn botte, agressieve stijl. Het is uitgerekend die karaktertrek die ervoor zorgde dat zijn leger de doorbraak forceerde toen het net op het cruciale moment, nadat de veldslag urenlang onbeslist bleef, de Fransen in de flank aanviel.

3. Niet in topvorm

Napoleon voelde zich tijdens de veldslag bij Waterloo niet opperbest. De nacht voor de slag liet hij zich nog behandelen voor aambeien en hij had zoals vaker last van zijn maag en galblaas. Gepaard met de vermoeidheid en stress, zorgde dit ervoor dat Napoleon minder betrokken was bij het gevecht dan zijn generaals en troepen van hem gewoon waren. Hij bleef bijna de hele dag lang in zijn hoofdkwartier een eindje achter het front. Zijn aambeien maakten het waarschijnlijk te pijnlijk voor hem om op zijn paard naar de cruciale punten op het slagveld te rijden om de troepen daar aan te moedigen en te dirigeren.

 

4. Waterloo op de wereldkaart

Er wordt over de geschiedenis vaak gezegd dat ze geschreven wordt door de overwinnaars. Over Waterloo klopt misschien eerder dat de landkaart door hen getekend werd.

Waterloo is vandaag niet alleen een dorpje bij Brussel, Wikipedia telt niet minder dan 47 plaatsen die naar Waterloo genoemd zijn. Daarvan bevinden een heel aantal zich niet verwonderlijk in het Verendigd koninkrijk (8) en negentiende eeuwse Britse kolonies: Australië (4), Canada (3), Nieuw-Zeeland (1) Sierra Leone (1). Iets minder vanzelfsprekend zijn de 30 Waterloos in de Verenigde Staten. De slag vond immers 40 jaar na de Amerikaanse onafhankelijkheid plaats en op een dieptepunt in de relaties tussen Groot Brittanië en de VS.

Naar Napoleon zijn volgens dezelfde bron maar acht dorpen of steden genoemd: één in Polen en zeven in de VS. Wellington troeft in the Battle of the Maps dan weer zijn grote rivaal af met 6 plaatsnamen in het VK (het oorspronkelijke Wellington in Somerset niet meegerekend), 18 in haar voormalige kolonies, 16 in de VS en één berg: Mount Wellington in Nieuw Zeeland.

 

5. Broederstrijd

Nederlandse en Belgische troepen streden aan beide kanten tijdens de campagne die in de slag bij Waterloo culmineerde. Heel wat Nederlandse en Belgische veteranen uit het Franse leger stonden na Napoleons terugkeer uit Elba voor een dilemma: zich opnieuw aansluiten bij hun oude kameraden onder Napoleon of dienst nemen in het kersverse Nederlandse leger onder de Prins van Oranje.

Verschillende officieren in de Belgische en Nederlandse eenheden hadden in de afgelopen jaren dus met la Grande Armée gevochten. Zij die geen veteranen van de Franse veldtochten waren, waren dan weer slecht getrainde en onervaren groentjes. Om die redenen toonden de andere geallieerde bevelhebbers maar weinig vertrouwen in het leger van Oranje. Toch beten de Nederlandse en Belgische regimenten bij Waterloo en twee dagen eerder bij Quatre Bras behoorlijk van zich af.

Heel wat Nederlanders en Belgen waren dan weer trouw gebleven aan Napoleon. Zij vochten al jaren samen met hun Franse wapenbroeders in campagnes over heel Europa, van Spanje tot Rusland en waren in die tijd vaak opgeklommen tot hoge posities in de elitetroepen of bij de lijfwacht van Napoleon. Zo stond Kolonel Jan Coenraad Duuring uit Rotterdam aan het hoofd van Napoleons achterhoede bij diens vlucht uit Waterloo.

 

6. Soldatengeraamtes zijn zeldzaam

De resten van Friedrich Brandt, WaterlooIn 2012 werd aan de voet van de Leeuw van Waterloo een bijna intact geraamte van een soldaat in de slag bij Waterloo gevonden. In april 2015 werden de resten geïdentificeerd als die van Friedrich Brandt, een 23 jarige Hanoverse soldaat die in het geallieerde leger tegen de Franse troepen vocht. Er zijn nog weinig skeletten van slachtoffers uit de Napoleontische veldslagen in de lage landen te vinden. In de jaren 1830 en 1840 vormden vermalen menselijke botten een populaire meststof. De streken rond Waterloo en andere slagvelden werden in deze periode grondig uitgespit door bottenjagers, waardoor er vandaag nog maar weinig van de duizenden soldatenlichamen in de bodem zitten.