“De grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld” – Wittgenstein

Werd u in ons land ooit al geconfronteerd met iemand die een vreemde taal spreekt? Of met een persoon die een andere religie aanhangt? Wellicht wel. België wordt gekenmerkt door een smeltkroes van culturen. Dit vormt vaak zowel een uitdaging voor autochtone Belgen als voor personen met een migratieachtergrond. Deze laatste groep moet een plaats proberen te verwerven in de Belgische samenleving. Een sleutelwoord hierbij is ‘taal’. Een taal leren vergt de nodige motivatie om er een inspanning voor te willen leveren en zo over taalbarrières te geraken. Iemands taalmotivatie –en attitudes worden echter beïnvloed door tal van factoren. Ook u maakt hier deel van uit.

Onbekend, niet onbemind

Mijn buur heet Mohamed en in de klas zit ik naast Aïcha. In onze multiculturele samenleving komt ieder van ons dagelijks met allochtonen in aanraking. ‘Allochtoon’ is een benaming die vermoedelijk niet meer actueel is, maar laten we niet verdwalen in politiek getouwtrek. Deze heterogene groep is al het onderwerp geweest van talloze studies, maar onderzoek over de taalmotivatie van jongeren met een migratieachtergrond in België is schaars. Nochtans zijn taalwetenschappers het erover eens dat motivatie een cruciale rol speelt in het aanleren van een (tweede) taal. Deze recente motivatiestudie bij Vlaamse en Brusselse scholieren vormt een verkenning van onbekende oorden. Het doel: een lans breken voor het belang van ‘taalmotivatie’.

Van abstract naar concreet

‘Motivatie’ en ‘attitude’ zijn abstracte begrippen. Hoe kunnen we die precies meten? Vaak worden gestandaardiseerde vragenlijsten gebruikt maar de aanpak van dit motivatieonderzoek is meer doortastend. De betrokken tieners vulden eerst een persoonlijke vragenlijst in. Daarnaast werden ook intensieve gesprekken gevoerd. Niets is immers boeiender dan de redenering en de gevoelens achter het antwoord. In totaal werden 90 jongeren met een migratieachtergrond uit de tweede graad van het secundair GO! onderwijs uitgebreid bevraagd. Er werd rekening gehouden met betrokkenheid van beide geslachten en met een evenredige verdeling tussen Vlaamse en Brusselse scholieren en tussen leerlingen uit het ASO en het BSO. Tijdens elk gesprek werd gepeild naar mogelijke factoren die de taalmotivatie van jongeren voor het Nederlands en het Frans kunnen beïnvloeden.

Vervolgens werden uit alle conversaties de motivatie beïnvloedende factoren gefilterd waar de leerlingen het meest over wisten te vertellen. Wat houdt hen bezig? Wie of wat beïnvloedt hun leergierigheid of net hun schoolmoeheid? Uit de talloze meningen sprongen drie elementen er het sterkst uit. Het gaat om racisme en radicalisering, de relatie leerling-leerkracht en de concrete taalpercepties van de leerlingen over de talen Nederlands en Frans en over de schoolvakken die daaraan verbonden zijn.

“Jullie zijn racistisch tegen ons”
Allochtone jongeren willen graag aansluiting vinden met leeftijdsgenoten en hun bredere leefomgeving. Dat geldt voor elke tiener, maar allochtone jongeren komen veel obstakels tegen. De termen ‘racisme’, ‘uitsluiting’ en ‘discriminatie’ zijn in elk gesprek schering en inslag. Een allochtoon die zich aanvaard voelt door zijn autochtone medemens is sterker gemotiveerd om zich in diens taal uit te drukken. Wanneer racisme de kop op steekt, smelt die motivatie vaak als sneeuw voor de zon. Racisme blijkt zowel bij jongens als bij meisjes uit ASO én BSO voor te komen. Opvallend is dat de Brusselse leerlingen meer racisme ervaren buiten de school in vergelijking met leerlingen uit Vlaamse scholen. BSO-leerlingen ondervinden racisme hoofdzakelijk buiten de school. In het ASO worden dergelijke verschillen minder opgemerkt. Racisme wordt volgens velen bovendien in de hand gewerkt door de mediahetze rond de actuele radicaliseringsproblematiek.
“Er zijn sommige die goed zijn en sommige ni.”

Dat kinderen en jongeren beïnvloed worden door volwassenen mag niemand verbazen. Mama en papa hebben een grote invloed op de motivatie en attitudes van zoon –of dochterlief maar ook leerkrachten bezitten deze kracht. Ik vind het Nederlands geen mooie taal, maar meneer X maakt de lessen superleuk. Leerkrachten kunnen zelfs de missing link genoemd worden als het gaat om taalmotivatie.

De relaties tussen leerlingen en hun leerkrachten blijken in hoofdzaak persoonsgebonden. Dat is geen verrassing. Een opvallende bevinding is wel dat verschillende leerlingen uit alle categorieën het gevoel hebben dat steeds meer leerkrachten gedemotiveerd voor de klas staan. Dit beïnvloedt de (taal)motivatie van de betrokken leerlingen in de negatieve zin. Ook intolerant gedrag van leerkrachten ten aanzien van allochtone leerlingen heeft datzelfde effect. Sensibilisering is aan de orde.

“De mensen zeggen dat het is een mooie taal. Maar mij boeit da ni.”
Wat vinden jongeren nu zelf van Nederlands en Frans? Het antwoord op deze vraag bleek opnieuw sterk persoonsgebonden maar toch waren er ook hier overeenkomsten. De Nederlandse taal lijkt voor de meeste tieners absoluut noodzakelijk om iets te bereiken in België. Wel vinden zij het Frans een taal met een internationaal karakter en bijgevolg een groter praktisch nut. Het belang van beide talen actief illustreren blijft noodzakelijk. Bovendien blijkt taalvrijheid op school een positief effect te hebben op het welbevinden van de leerlingen in de klas en bijgevolg op hun taalmotivatie.

Open de grenzen van hun wereld

Als allochtonen de Belgische landstalen niet kennen, dan ligt dat enkel en alleen aan zichzelf. Bent u hier nog steeds zeker van? Ik hoop van niet. Naast eigen verantwoordelijkheid spelen nog tal van andere factoren mee. Door de motivatie(problematiek) van allochtone jongeren te negeren, wordt nodeloos veel talent verspild. Wanneer de pijnpunten aan de kaak worden gesteld, kan concrete actie ondernomen worden. Dit onderzoek geldt als startpunt. Een goede talenkennis opent inderdaad deuren… of grenzen. Laat ons die grenzen samen openen. De weg naar een all-inclusive maatschappij is misschien nog lang, maar zeker niet onbereikbaar.

Lauranne Harnie onderzocht in haar scriptie “De motivatie en attitudes van allochtone jongeren in de tweede graad ASO en BSO ten aanzien van het Nederlands en het Frans in Brusselse en Vlaamse GO! Scholen’ welke factoren een invloed hebben op de motivatie van jongeren om Frans en Nederlands te leren. Voor deze scriptie werd ze genomineerd voor de Vlaamse Scriptieprijs 2015 en de staat ze in de shortlist voor de Klasseprijs. Haar volledige scriptie en artikel in Metro vind je hier.