Meerdere landen, waaronder België, bestuderen de invoering van een accijns – the fatty food tax of vettaks – op een aantal vetrijke voedingsmiddelen zoals boter, kaas, volle melk, junkfood, chocolade en koekjes. Deze drastische maatregel wordt gerechtvaardigd door de dramatisch toename aan overgewicht en obesitas, en de financiële gevolgen voor de Gezondheidszorg in de toekomst. Maar heeft een dergelijke tax wel invloed op onze voedingskeuzes?

Het doel van een fatty food tax is om enerzijds gezonde eet- en leefgewoonten financieel te belonen en anderzijds alarmerende signalen over de huidige gezondheidstoestand te sturen naar de bevolking. Volgens een studie zou de invoering van een vetaccijns in Groot-Brittannie jaarlijks 900 tot 1000 sterfgevallen vermijden. De voedingsmiddelenindustrie reageerde zeer sceptisch door te beweren dat vooral arme mensen getroffen worden door de tax. Op soms hypocriete wijze wordt beweerd dat een evenwichtige voeding alles met mate toelaat. Ze geloven niet dat het selectief duurder maken van bepaalde voedingsmiddelen een gezonde eet- en leefwijze induceert.

 

Welke strategie zit hier achter?

Tot grote frustratie van voedingstherapeuten blijven bombastische verklaringen over de obesitasepidemie meestal zonder gevolgen. In de medische wereld heerst een zekere desinteresse voor het probleem. Enerzijds te wijten aan een cynische houding over de efficiëntie en therapietrouw van de obesitasbehandeling. Anderzijds door het ontbreken van gepaste opleidingstechnieken tijdens de 7-jarige huisartsenopleiding.

De basisfilosofie rond een vetaccijns is dat in een vrijemarkteconomie niet alle uitgaven die te wijten zijn aan het consumeren van bepaalde voedingsmiddelen gedragen worden door de aankoopprijs. Wanneer bijvoorbeeld een obese persoon diabetes oploopt, worden de uitgaven veroorzaakt door deze ziekte niet gedekt door de gemaakte voedselconsumptie-uitgaven, maar wel door de gezondheidsinstanties en dus door de gemeenschap. Deze zienswijze, namelijk “de vervuiler betaalt”, vindt meer en meer begrip in politieke en economische kringen. Dit houdt dus in dat men op voorhand in de verkoopprijs mogelijke gezondheidsuitgaven tengevolge van overconsumptie gaat incalculeren. Meer en meer stemmen gaan trouwens op om alternatieve inkomsten te zoeken voor de exploderende gezondheidsuitgaven.

De voedingsdriehoek

De nieuwe voedingsdriehoek werd in 2017 voorgesteld en plaatst plantaardig en puur eten boven dierlijke en bewerkte producten.

 

Is een vettaks wel de goede oplossing?

Een algemene vetaccijns is uiteraard geen ideaal middel om een gezond eetgedrag te promoten. Het is wetenschappelijk nonsens om boter op gelijk niveau te stellen met vette vissoorten en noten. Anderzijds is het praktisch zeer moeilijk om enkel verzadigde vetten te gaan taxeren, daar veel voedingsmiddelen een subtiel mengsel zijn van verzadigde en onverzadigde vetten. Sommige verzadigde vetten zoals stearinezuur zouden trouwens minder schadelijk zijn voor hart- en bloedvaten dan andere vetten.

Taxeren van bepaalde calorierijke voedingsmiddelen die daarenboven arm zijn aan nutriënten, lijkt zinvoller. Een onafhankelijke wetenschappelijke commissie aangesteld door het Ministerie van Volksgezondheid zou een lijst van ongezonde voedingsmiddelen kunnen samenstellen.

Critici die deze accijns sociaal-economisch onaanvaardbaar vinden, vergeten te vermelden dat de huidige toestand zeer discriminerend is: veel gezonde voedingsmiddelen zijn duurder en bijgevolg niet toegankelijk voor bepaalde delen van de bevolking. Chocolade en snoep zijn goedkoper dan fruit, een op zich zeer paradoxale situatie die voortvloeit uit het feit dat er meer belang gehecht wordt aan de calorieën van een voedingsmiddel dan aan de aanwezigheid van gezonde nutriënten.

Gezond eten moet betaalbaar zijn en toegankelijk voor iedereen.

Het is daarom belangrijk dat de invoering van de tax samengaat met een verlaging van de prijs van gezonde levensmiddelen. Zo zou de consumptie van gezondheidsbevorderende voedingsmiddelen zoals fruit, groenten, noten en volle graanproducten gestimuleerd kunnen worden via subsidiëringen. Biologische producten, die met respect voor de omgeving geproduceerd worden, zouden op dergelijke wijze ook voor de doorsnee consument toegankelijk worden. Gezond eten mag niet duur zijn en moet toegankelijk zijn voor iedereen. Vele mensen willen wel gezonder eten, maar schrikken terug voor de hoge prijs. De prijs van bijvoorbeeld biologische appels of bananen schrikt veel mensen af, in het bijzonder voor gezinnen met kinderen. Het geeft geen nut af en toe campagnes te voeren voor meer fruit en groenten indien dit doel onbetaalbaar is voor de meeste gezinnen.

Een andere manier om de doeltreffendheid van een fat tax te versterken is het invoeren van een gelijktijdige strenge controle op en desgevallend verbieden van het verspreiden van reclame voor “ongezonde” voedingsmiddelen, zoals allerlei zoete snoep, limonades, vette vleessoorten (o.a. worst en ham), breezers en alcopops.

 

Conclusie

Een accijns op energie-dense voedingsmiddelen kan slechts effectief zijn indien ingekaderd in een nationale strategie om de obesitasepidemie zinvol aan te pakken.Het is trouwens hoog tijd om een efficiënte en overkoepelende strategie tegen overgewicht uit te dokteren.