Niels de Winter droomde er als kind al van om paleontoloog te worden. Die jeugdige vastberadenheid bleef hangen, en leverde hem zowaar een dubbele nominatie op dit jaar, zowel voor New Scientist Wetenschapstalent als de Eos Pipetprijs 2021. Dat doen weinig jonge onderzoekers hem na, en maakte Wtnschp benieuwd naar de mens achter de wetenschapper.

Niels de Winter - Portret

Niels de Winter

Niels is verbonden aan de AMGC-onderzoeksgroep aan de Vrije Universiteit Brussel en het department Aardwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Op basis van fossielen slaagt hij erin om klimaatveranderingen uit het verre verleden te reconstrueren, op een ongezien precieze schaal.

Opgegroeid in: Enschede, Nederland
Mooiste plekje op aarde
: Saõ Jorge (Azoren)
Op mijn bucketlist: Mt Kilimanjaro ‘beklimmen’ (lees: opwandelen, want ik heb hoogtevrees)
Favoriete film:
Lastig, maar ik denk toch The Shawshank Redemption (1994), al zijn de anime tekenfilms van Studio Ghibli ook heel mooi.
Het beste boek dat ik ooit gelezen heb: non-fictie: Factfullness (Hans Rosling), fictie: Gulliver’s Travels (Jonathan Swift)

Omdat we niet alleen onder de indruk waren van zijn favoriete films en boeken, roepen we onze lezers graag op om op Niels te stemmen voor de Eos Pipet publieksfavoriet. Dat kan je hier in één klik doen!

Wat (of wie) heeft jou geïnspireerd om wetenschapper te worden?

Niet één iemand in het bijzonder, maar ik haalde (en haal nog steeds) veel inspiratie uit wetenschappers zoals Richard Dawkins, Sam Harris en Steven Pinker. Zij zijn niet alleen voorvechters van het rationeel denken, maar ook erg goed in het communiceren van hun onderzoek naar het breed publiek (denk aan het boek The Selfish Gene van Richard Dawkins). Daar kan ik zeker nog veel van leren!

Hoe zou je je onderzoek aan je bomma/bompa uitleggen?

Ik onderzoek het klimaat van miljoenen jaren geleden. Die informatie uit het verleden leert ons niet alleen meer over het huidige klimaatsysteem, maar helpt ook om onze klimaatvoorspellingen voor de toekomst te verbeteren. Ik werk met fossielen van schelpen en tanden, omdat ze net zoals boomringen informatie opslaan op een schaal van dagen tot seizoenen. Reconstructies doen van het klimaat op zo een fijne schaal is erg moeilijk, de meeste van mijn collega’s kijken naar klimaatverandering op veel langere tijdsschaal (duizenden tot miljoenen jaren). Mijn rol is dus om het vergrootglas te leggen op specifieke, interessante periodes. Door die ‘snapshots’ uit het verleden kunnen we begrijpen wat het effect van langdurige klimaatverandering is op een menselijke tijdsschaal.

Fossiele schelp uit het Plioceen (~3 miljoen jaar oud), een tijdsperiode waarin het ongeveer 3-4 graden warmer was dan nu. De lijnen op de schelp zijn jaarlijkse groeilagen.

Doorsnede van een schelp uit het Krijt (~75 miljoen jaar oud) waarop dagelijkse groeilaagjes te zien zijn. In het dinosauriër-tijdperk bouwde dit soort schelpdieren grote koraalrif-achtige structuren, in de (sub)tropische zeeën van het toenmalige Europa.

Moderne oester uit de Waddenzee in Nederland, die Niels gebruikt om te onderzoeken hoe tweekleppigen hun schelp bouwen onder verschillende (klimaat)omstandigheden.

Moderne paardenkies waaruit samples zijn genomen voor chemisch onderzoek. Moderne stalen zoals deze zijn belangrijk omdat ze aantonen hoe klimaatinformatie wordt vastgelegd in biologische archieven zoals schelpen en tanden.

Wat heeft jou tot nu toe het meest verrast?

Het blijft verrassend hoe competitief de wetenschap eigenlijk is. Er is niet veel geld voor onderzoek naar fundamentele zaken zoals klimaat, evolutie en biodiversiteit: onderzoek dat niet direct geld oplevert maar op de lange termijn wel heel belangrijk is! Hierdoor worden wetenschappers vaak afgerekend op oppervlakkige zaken zoals hoeveel publicaties wij schrijven of hoe vaak die geciteerd worden. In mijn ervaring lijdt de sfeer binnen de wetenschap daar gelukkig niet onder. Uiteindelijk is wetenschap een teamsport: complexe vraagstukken zoals klimaatverandering los je nu eenmaal niet in je eentje op. Het oude stereotype van het genie dat in een donker kamertje alleen de grote vragen des levens overpeinst (denk aan Albert Einstein) is hopeloos achterhaald. Misschien is dat voor de meeste jonge onderzoekers wel de grootste verrassing!

_____________________

” een gezonde geest in een gezond lichaam, de oude grieken hadden gelijk.

_____________________

Hoe zet jij je brein in ‘onderzoeksmodus’?

Ik werk het best in de ochtend, dus na de eerste koffie ga ik zo snel mogelijk aan de slag met de zaken die het meeste concentratie kosten, zoals schrijven. De minder intensieve taken zoals labwerk en het verwerken van data bewaar ik het liefst voor later op de dag. Als ik toch merk dat ik een ‘concentratie-boost’ nodig heb dan helpt sporten (hardlopen of fietsen) altijd erg goed om mijn hoofd leeg te maken. “Een gezonde geest in een gezond lichaam”: De Oude Grieken hadden toch gelijk.

Wat drijft je s’ ochtends uit je bed?

Het mooiste is de vrijheid die je hebt als wetenschapper. Ik kies helemaal zelf welke dingen ik onderzoek en deel mijn dag zelf in. Het liefst speel ik met nieuwe data die ik recent heb verzameld. Het moment waarop zo’n nieuwe dataset zijn geheimen prijsgeeft en mijn onderzoeksvraag beantwoordt, geeft enorm veel voldoening. Daar kom ik met liefde vroeg mijn bed voor uit! Daarna volgt de discussie met collega’s en worden de resultaten uitgewerkt. Ook dat is heel leuk om te doen. Vaak kom je dan tot nieuwe inzichten en krijg je meteen ideeën voor volgend onderzoek. Elk antwoord leidt tot nieuwe vragen.

AMGC teambuilding activity

Collega’s zijn ook naast het wetenschappelijke werk onmisbaar … Dit is de AMGC-onderzoeksgroep op teambuilding.

Wat waren de grootste uitdagingen tot nu toe?

Persoonlijk vind ik het soms lastig dat wij als wetenschapper vaak naar het buitenland moeten, soms voor meerdere maanden. Dat klinkt leuk, en dat is het vaak ook, maar het maakt het wel moeilijker om een stabiele thuissituatie op te bouwen. Het feit dat vaste contracten in de wetenschap heel zeldzaam zijn, helpt ook niet mee.

Je werd dit jaar genomineerd voor een aantal prestigieuze prijzen. Wat betekent dat voor jou?

Dat is natuurlijk een hele eer! Als je als wetenschapper begint met een idee is er altijd onzekerheid of het wel goed, nuttig of uitvoerbaar is. Dat was bij mij ook zo. Elke keer als een onderzoeksvoorstel wordt goedgekeurd of een publicatie wordt geaccepteerd, is dat voor mij een bevestiging dat ik op de goede weg ben. Een nominatie voor een award is natuurlijk helemaal een mooi compliment! De nominaties geven me bovendien de kans om te communiceren over mijn onderzoek, ook dat is heel waardevol.

Eos Pipet

Tot eind mei kan je Niels nog steunen, door je stem uit te brengen voor de Eos Pipet publieksfavoriet.

Als er één ding is dat mensen zouden moeten weten over het klimaat, dan is dat … ?

Over het klimaat wordt al heel veel gezegd: Dat het verandert door menselijk toedoen, dat die verandering veel sneller gaat dan natuurlijke klimaatverandering, dat klimaat en weer twee verschillende dingen zijn (en dat een koud voorjaar zoals we nu meemaken dus niet betekent dat er geen klimaatopwarming plaatsvindt), dat wij onze levensstijl moeten aanpassen om onze aarde leefbaar te houden … Allemaal waar, maar het belangrijkste is dat klimaatverandering een globaal probleem is.

_____________________

Klimaatverandering is een globaal probleem. We delen samen dezelfde atmosfeer en dezelfde oceanen.

_____________________

De omlooptijd van CO2 in de atmosfeer is 4-5 jaar. Dat betekent dat CO2 in korte tijd over de hele aarde wordt verdeeld, ongeacht waar het uitgestoten wordt. We moeten kijken naar hoe we onze eigen ‘carbon footprint’ kunnen verlagen (plantaardig eten, minder vliegen en auto rijden, etc.), maar daarnaast ook mensen helpen die niet dezelfde mogelijkheden hebben als wij. We delen immers samen dezelfde atmosfeer en dezelfde oceanen.

 

Waarom is communiceren over wetenschap belangrijk voor jou?

Wetenschapscommunicatie werkt in twee richtingen. Allereerst is het voor wetenschappers belangrijk dat zo veel mogelijk mensen weten hoe wetenschap werkt en waarom het belangrijk is. Zo helpen we een geïnformeerde samenleving creëren waarin men kritisch nadenkt en informatiebronnen checkt. In het huidige (online) klimaat van ‘fake news’ en ‘cancel culture’ is dit belangrijker dan ooit.

Maar minstens even belangrijk is de communicatie in de andere richting. Wij moeten als wetenschappers weten wat er speelt in de samenleving zodat we onze onderzoekscapaciteiten optimaal inzetten om maatschappelijke vragen op te lossen. Zo voorkomen we dat de wetenschap in een ‘ivoren toren’ terechtkomt en haar maatschappelijke rol verliest.

Tot slot, welke vraag zou jij wel eens willen stellen aan een collega-wetenschapper?

Ik ben altijd geïnteresseerd in hoe wetenschappers van verschillende disciplines samenwerken, dus mijn vraag zou zijn: Wat is je favoriete onderzoeksproject waarbij je ‘out of the box’ moest denken en/of de hulp of technieken van collega’s uit een ander vakgebied nodig had om antwoord te krijgen op je onderzoeksvraag?

Niels de Winter 1

Niels de Winter studeerde Aardwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Zijn Master onderzoek over seizoenale reconstructies in fossiele zoogdiertanden voerde hij deels uit aan de University of Michigan. Niels doctoreerde aan de Vrije Universiteit Brussel met onderzoek naar het verbeteren van klimaatreconstructies op seizoenale schaal uit fossiele tanden en schelpen. Zijn onderzoek werd eerder beloond met onderscheidingen van het Amerikaanse genootschap voor gewervelden paleontologie (SVP) en de Europese Geowetenschappen Unie (EGU).

Na een onderzoeksverblijf aan de Universiteit van Mainz werkt Niels nu als postdoctoraal onderzoeker aan de VUB en de Universiteit Utrecht, waar hij nieuwe methodes ontwikkelt om het klimaat en de biodiversiteit van warme periodes in het geologisch verleden in kaart te brengen. In zijn onderzoek, gefinancierd door zowel het Vlaamse Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en de Europese Commissie (Marie Curie Fellowship), combineert Niels de nieuwste chemische technieken uit verschillende labs om klimaatinformatie uit fossiele schelpen te halen.

Daarnaast kweekt hij met hulp van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) ook levende schelpdieren om nog beter te leren hoe die hun schelpen bouwen en het klimaat vastleggen. Zo worden klimaatreconstructies op de schaal van seizoenen of zelfs dagen mogelijk.

Foto’s slider: © Niels de Winter & Doris Smudde
Profielfoto’s: © Doris Smudde
Foto teambuilding met dank aan AMGC