Mijlpaal! België heeft voor het eerst de Europese doelstelling gehaald om 3 procent van het Bruto Binnenlands Product (bbp) te investeren in onderzoek en ontwikkeling. Het was een beetje een verloren nieuwsitem afgelopen zondag 4 juli 2021, in de kater na die duivelse EK kwartfinale voetbal, betogingen tegen PFOS-vervuiling en klinkende tennisruzie op Wimbledon, maar laten we er toch even bij stilstaan!

De toename in bbp zegt namelijk iets over de stijgende investeringen in onderzoek in België, door de overheid én private fondsen. Het toont aan dat België meer en meer een land van onderzoek en ontwikkeling is. “De symbolische kaap van 3 procent wordt ruim gehaald”, zegt federaal staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Thomas Derminne daarover, “maar dat belet ons niet om alles in het werk te stellen om de focus op O&O te versterken. Ze draagt bij tot de opbouw van een concurrerende en dynamische kenniseconomie”.

Dat is niet alleen goed nieuws voor wetenschappers, maar ook voor ons, wetenschapscommunicatoren. Werk aan de winkel: meer wetenschap, meer wetenschapscommunicatie! Tientallen wetenschapscommunicatoren aan Vlaamse hogescholen, universiteiten en andere organisaties zoals Scivil en Technopolis zetten zich dagelijks in om een ‘kritisch-wetenschappelijke’ cultuur te stimuleren en burgers op een betrouwbare manier kennis te laten maken met wetenschap en de maatschappelijke relevantie ervan toe te lichten.

En dat blijft meer dan nodig. Want zelfs wanneer de wetenschappelijke aspecten van belangrijke vraagstukken aangetoond worden, en er consensus bestaat onder experts, zijn er vandaag toch nog veel mensen die wetenschappelijke claims niet lijken te aanvaarden, of zich afzetten tegen wetenschappelijk onderbouwd beleid. Denk maar recent aan de brede kritiek op het coronabeleid. Ook irrationele overtuigingen (complottheorieënwetenschapsontkenninganti-wetenschap) blijven sterk aanwezig en apathie en publiek wantrouwen zijn een belangrijk aandachtspunt voor veel  wetenschapscommunicatoren. 

De kaap van 3 procent is een uiting van de bredere erkenning van het belang van wetenschap in onze samenleving. En, hoe meer onderzoek er is, hoe makkelijker onze opdracht wordt. 

Die opdracht, het ondersteunen van een kritisch-wetenschappelijke cultuur, is om verschillende redenen belangrijk. In de huidige samenleving worden we steeds afhankelijker van wetenschap en technologie, en dus is kennis over wetenschap en technologie belangrijk. Denk aan internetverbindingsproblemen die zo plots en ernstig zijn, dat het werk – dat steeds meer ‘in the cloud’ gebeurt – niet meer kan uitgevoerd worden. ‘Technisch werkloos’ word je dan naar huis gestuurd. Gelukkig komt er vaak snel een oplossing, en is veel van het werk bovendien niet ‘verloren’ maar opgeslagen of hersteld ‘in the cloud’.

Een kritisch-wetenschappelijke cultuur onder burgers stimuleren is ook belangrijk voor het voeren van een geïnformeerd publiek beleid. Bijvoorbeeld, in Brussel wordt meer en meer geëxperimenteerd met burgerparticipatie, bijvoorbeeld rond het uitrollen van het 5G netwerk. Een via loting gekozen burgercommissie debatteert in het Brussels Parlement mee over de invoering van 5G. In een samenleving waar wetenschapscommunicatie over 5G deel uitmaakt van het publieke debat, worden dergelijke participatieve beleidsinitiatieven uiteraard versterkt.

Een kritisch-wetenschappelijke cultuur is ook belangrijk in democratische samenlevingen voor het bestrijden van publiek wantrouwen, ‘fake news’ en wetenschapsontkenning. Door de burger meer inzicht te geven in wetenschappelijke processen verhoogt de wetenschapsgeletterdheid en het vertrouwen in wetenschap.

Onze samenleving wordt ook steeds technologisch geavanceerder en heeft technologisch geschoolde arbeidskrachten nodig, die zich ook snel nieuwe kennis eigen kunnen maken. Denk aan de revolutie in de automobielsector, waar hele werkplaatsen zich relatief snel moeten (her-) specialiseren in groene, elektrische of andere nieuwe ‘slimme’ technologieën. Kort gesteld, een kritisch-wetenschappelijke cultuur leidt tot een betere wetenschapsgeletterdheid, en dat kan zeker ook een troef zijn voor economische groei.

Voor burgers zelf is een kritisch-wetenschappelijke samenleving ook erg nuttig. Via allerlei leerrijke (interactieve, DIY) vormen van wetenschapscommunicatie doen ze kennis en vaardigheden op die hen verder helpen in het leven, en het verhoogt de mogelijkheid om geïnformeerde persoonlijke beslissingen te nemen, de eigen leefwereld te verbeteren en pasklare oplossingen te zoeken voor alledaagse vraagstukken.

Laat die focus op onderzoek en ontwikkeling dus gerust verder toenemen. Het draagt bij tot de ontwikkeling van een kritisch-wetenschappelijke cultuur waarin de (kennis-) economie floreert, burgers beter wetenschapsgeletterd worden, beleidsmakers een gedragen beleid voeren en ‘post-truths’ en ‘fake news’ minder resoneren. We worden er allen beter van!

Foto groeiend plantje door Micheile Henderson op Unsplash
Foto kabels door Lars Kienle op Unsplash

Video “DIY versus Real-Life” door Annelies Crabbe via Lien Mostmans