Vraag je je wel eens af of het waar is wat de kranten allemaal schrijven? De laatstejaarssstudenten van de opleiding journalistiek van de Erasmushogeschool Brussel namen de proef op de som: ze onderwierpen artikels uit Vlaamse kranten aan een factcheck, en deden opmerkelijke vaststellingen.

We leven in zogenaamde post-truth tijden. De verkiezing van Trump en de berichtgeving voor de Brexit hebben de aandacht van heel de wereld gevestigd op de relativiteit van feitelijke berichtgeving: je zegt maar wat, gooit het op Twitter, en blijft het herhalen ook al wijst een factcheck uit dat het niet klopt. Zolang je aanhangers het maar voor waar aannemen en ernaar stemmen…Tegelijkertijd maakt dit soort vaststellingen  factchecking meer urgent dan ooit. Factchecken zit in de lift:  meer media, ook in Vlaanderen, stellen factcheckers aan om beweringen te checken. Een goede zaak voor wie het menens is met  de geloofwaardigheid van de pers.

De voorbije maanden togen de laatstejaarsstudenten journalistiek van de Erasmushogeschool Brussel dus aan de slag met deze taaie materie. Ze namen stukken onder de loep  uit de belangrijkste Vlaamse kranten (De Standaard, Het Laatste Nieuws, De Tijd, De Morgen, Het Nieuwsblad, Gazet van Antwerpen en Belang van Limburg). Opdracht: check al de cijfertjes, en ga na of experten wel juist geciteerd werden. Niet meteen een taak om laaiend enthousiast van te worden maar, eens aan het graven, werd het vaak wel boeiend. ‘Hé, ik lees dat in het artikel, maar in de bronstudie staat iets heel anders… Hoe zit het nu?’ Gelukkig werden er niet in alle artikels mankementen vastgesteld, het zou maar erg zijn. De opdracht was ook niet: ga op zoek naar artikels met fouten. Wel: selecteer stukken met interessante cijfergegevens en liefst ook nog een uitleg of verklaring erbij.

Voorverpakte informatie

Wat vonden de studenten? In de eerste plaats heel wat stukken die klopten in de zin dat ze regelrecht waren overgenomen van de afzender, niet zelden een persbericht van een belanghebbende partij. Een voorbeeld: een aantal vrouwenorganisaties komt naar buiten met resultaten van een jaloezietest onder duizenden Vlamingen. De organisaties noemen de resultaten ‘onrustwekkend’ en geven aan dat jaloezie vaak een gevaarlijke, eerste stap richting partnergeweld is. Hun doel: partnergeweld onder de aandacht brengen. Dat is zeer nobel, alleen wijzen de resultaten van hun grootschalige enquête uit dat het best wel meevalt met jaloezie bij Vlamingen. Elke journalist die de moeite gedaan had om die resultaten te bekijken in plaats van het persbericht zomaar over te nemen, had dit kunnen vaststellen. Maar als je enkel afgaat op het persbericht, tja, dan bericht je over het verontrustende jaloezieprobleem bij Vlamingen… Uiteraard zijn er ook overnames van persberichten waar de afzender van het persbericht wel de correcte resultaten van een studie weergeeft en de journalist dit ook zo overneemt, na al dan niet checken, of nog een bijkomende stem zoeken. Hiernaast waren er journalisten die het persbericht als aanleiding namen om zelf verder op zoek te gaan, het echte werk zeg maar.

De kar voor het paard spannen

Een journalist wordt verondersteld zich niet voor de kar te laten spannen van allerlei ‘belanghebbende partijen’ maar kritische vragen te stellen, zoals: waarom wil die bron in het nieuws komen? Wat probeert die te verkopen aan mij? De cultuur van kant en klare persberichten overnemen staat haaks op die kritische ingesteldheid. Een  organisatie die gratis reclame wil voor een bedrijfsevent weet tegenwoordig ook dat journalisten gek zijn op cijfertjes en studies allerhande. Het communicatieplan: bezorg die journalist een studie over hoe het gesteld is met e-commerce bij Vlaamse ondernemers, onderstreep het belang hiervan, en eindig met de vraag om melding te maken van een relevant seminar voor ondernemers hierover. Als de journalist dit opneemt, heb je twee vliegen in één klap: gratis naambekendheid voor je organisatie en gratis reclame voor je event. We noteerden een voorbeeld van Unizo in deze stijl.  We kunnen niet anders dan vaststellen dat dergelijke communicatieplannen succes hebben in  Vlaamse kranten. Daarbij stelt lang niet elke journalist  vragen naar de representativiteit van de studie of de gehanteerde vraagstelling. Een aantal journalisten spant zo de kar voor het paard: brengen zonder checken, terwijl het zou moeten zijn ‘eerst checken, dan brengen.’

Met een kluitje in het riet

Een laatste vaststelling: bij het opvragen van bronmateriaal bij organisaties kregen sommige factcheckers nul op hun rekest met wel zeer eigenaardige redeneringen. Zoals: het materiaal is zo ingewikkeld  dat iemand die geen statisticus is er toch niets mee kan,  we nemen de enquêtes zelf af bij onze klanten  en dit gebeurt niet anoniem, de media  vertrouwen onze persberichten omdat we een bepaalde geloofwaardigheid hebben gecreëerd, het brengt te veel werk met zich mee als elke journalist aparte vragen wil stellen en het onderzoek inkijken.

Kortom,  factchecken als onderdeel van onze journalistieke opleiding was geen overbodige oefening. We hebben alleszins de ambitie om mensen op te leiden die zich niet zomaar om de tuin laten leiden, of de kar voor het paard spannen.

Meer info? bezoek de fact checkers