De vispopulatie in het Brusselse deel van de Zenne herstelt zich langzaam maar zeker. Voor het eerst sinds lange tijd zwemmen er zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts van het overwelfde centrum meerdere vissoorten rond. Dat blijkt uit onderzoek naar de ecologische kwaliteit van oppervlaktewater in het gewest.

Europese wetgeving keert het tij

Sinds mensenheugenis doen waterlopen dienst als afvoerpijpen van menselijk afval en overtollig water. Gelukkig evolueerde de maatschappelijke context en ontstond het inzicht dat herstel en bescherming van waterlichamen – in de mate van het mogelijke – broodnodig zijn. De Europese Gemeenschap vaardigde in 2000 een wet uit die lidstaten verplicht grote inspanningen te leveren voor verbetering van gedegradeerde waterlichamen: de Europese Kaderrichtlijn Water.

Het opzet van de Kaderrichtlijn Water is (terecht) ambitieus. Haar kracht ligt in de brede draagwijdte: het opvolgen en verbeteren van zowel chemische als ecologische kwaliteit in meren, rivieren, kustzones en grondwater, over de grenzen van de lidstaten heen. De voorlopige eindtermijn voor het behalen van de doelstellingen is 2027. Dit lijkt vandaag niet eens zo veraf, gezien de enorme impact van historische wijzigingen en vervuiling op de fysieke structuur en het functioneren van ons waternetwerk.

De Brusselse situatie

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden drie oppervlaktewaterlichamen opgevolgd en gerestaureerd in functie van de Kaderrichtlijn Water: de Zenne, het kanaal en de Woluwe. De Zenne kan je beschouwen als het schoolvoorbeeld van een misbruikte rivier. In het hart van het gewest werd ze volledig overwelfd – een riool dat door rechtstreekse lozingen van afvalwater tot in de Zeeschelde zuurstoftekorten deed ontstaan (in welke mate geurhinder afkomstig van de Zenne bijdroeg aan de bereidheid van de Europese wetgevers om waterkwaliteit drastisch aan te pakken, is niet geweten). Sinds een tiental jaar wordt het gros van het afvalwater gezuiverd, hoewel sporadische overstort vanuit het rioleringsnetwerk problematisch blijft. Niettemin verbeterde de waterkwaliteit sterk, met terugkeer van waterplanten in de open delen ten noorden en zuiden van Brussel, en stijgende zuurstofconcentraties die aquatische organismen een boost gaven.

____________________________

” Ondanks de sporadische overstort uit het rioleringsnetwerk, verbeterde de waterkwaliteit van de Zenne de voorbije tien jaar. “

__________________________

Het kanaal is de meest prominente waterpartij in de hoofdstad. Ondanks het artificiële karakter en de scheepvaart, wordt ook hier getracht een zo natuurlijk mogelijke toestand te verkrijgen. Het riviertje de Woluwe is voor veel Brusselaars dan weer een nobele onbekende. Dankzij de beboste brongebieden in het Zoniënwoud, een grotendeels van het rioleringsnet gescheiden verloop en de aanwezigheid van een sliert vijvers langsheen het stroomgebied, herbergt de Woluwevallei een waardevol potentieel aan aquatische milieus.

Biologische kwaliteit: toestand in 2016

Elke drie jaar wordt de ecologische toestand van de Brusselse waterlichamen onderzocht door de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), in opdracht van Leefmilieu Brussel. Dat gebeurt aan de hand van diversiteit en tolerantie binnen gemeenschappen van verschillende bio-indicatoren. Deze organismegroepen variëren van op de bodem levende microscopische kiezelwieren (zogenaamde ‘diatomeeën’), vrijzwevende algen (ook wel ‘fytoplankton’), met het blote oog waarneembare ongewervelde dieren (of ‘macro-invertebraten’), waterplanten en vissen. Op elke meetplaats wordt de afwijking ten opzichte van de hoogst haalbare toestand – de referentie – berekend. Deze referentietoestand is de maximale ecologische waarde die kan bereikt worden, en wordt in een dicht bevolkte omgeving meestal gelimiteerd door het intense gebruik of de gewijzigde morfologie van de waterlichamen.

Met de voeten op de grond

Nergens werd in 2016 een goede ecologische situatie waargenomen. Het kanaal bevindt zich in het gewest in een matige toestand, en de fauna is er geïnfiltreerd door schadelijke, invasieve exoten. Daaronder een recente, moeilijk te bestrijden aanwinst: de Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis). In de Woluwe werd een gedeeltelijke ecologische terugval vastgesteld, die waakzaamheid gebiedt.

 

De Zenne herleeft

Wellicht de meest hoopgevende conclusie is het opmerkelijke herstel van de vispopulaties in de Zenne. Waar tijdens de vorige studie slechts één enkel verstrooid exemplaar werd aangetroffen, bleek de visgemeenschap ditmaal zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts het overwelfde traject meerdere soorten te bevatten, die zich daarenboven lokaal lijken voort te planten. Hoewel de globale toestand van de Zenne ver verwijderd blijft van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water, is daarmee opnieuw een niet te onderschatten mijlpaal bereikt. Of hoe een op sterven na dode rivier stilaan herboren raakt.

Wat brengt de toekomst?

Het herstellen van de ecologische kwaliteit van sterk veranderde waterlichamen verloopt doorgaans traag. Na een initiële snelle verbetering als gevolg van zuurstoftoename, stoten waterbeheerders vaak op knelpunten die minder evident te overwinnen zijn, zoals de decennialange ophoping van vervuild slib op de bodem, de complexe verwevenheid met stelsels voor waterafvoer, of de aanwezigheid van barrières die vismigratie hinderen.

Leefmilieu Brussel ontwikkelde een waterbeheerplan met een uitgebreid maatregelenprogramma dat het gewest in staat moet stellen de deadline opgelegd door de Kaderrichtlijn Water te halen. Vooral voor de Zenne blijft het onduidelijk of de uiteindelijke doelstellingen bereikt kunnen worden. Toch mogen we voorzichtig positief zijn.